De wereld van Jeroen Bosch
Home » Sint-Jan

Sint-Jan

Luchtboogfiguren
De Sint-Janskathedraal is een gotische kerk. Kenmerkend voor gotische kerken zijn de hoge ruimtes. Deze worden verlicht door de grote ramen. In deze ramen zit glas in lood verwerkt. Dit zorgt voor een rustige sfeer in de kerk. Uniek aan de Sint-Janskathedraal zijn de 96 luchtboogfiguren. Deze zijn geïnspireerd door de schilder Jeroen Bosch.
Bouw van de Sint Jan
spitsbogen.large.jpg
plattegrond-sint-jan.large.jpg
 Op de plaats waar de Sint-Jan nu staat, stond eerst een Romaanse Kerk. In 1380 begon de bouw van de Sint Jan in gotische stijl. De spitsbogen, hoge ramen en luchtbogen zijn ook kenmerkend voor deze stijl. Als eerste hadden ze  het Koor gemaakt, daarna het transept en dan het schip. Daarna hebben ze de Kapel gemaakt. Als laatste de hoge kruisingtoren.
      Spitsbogen
Deze toren staat midden(in de kruising) in de kerk. Deze toren is soms gemaakt van Steen, maar vaak is dit te zwaar. Hij is vaker gebouwd van hout met een laagje lood erover. In 1530 was de gotische stijl van de Sint-Jan af.
     
 
Opvallend aan de Sint-Jan is de ongewone versiering aan de buitenkant. Figuurlijk beeldhouwwerk, binnen en buiten zijn in totaal 600 beelden. Het Koor en Schip word ondersteund door een dubbele rij luchtbogen. Dit is Uniek want het komt verder niet voor in Nederland.
                                                                                                                    
                
                
             Luchtboog
Geen geld, geen gotische Sint Jan. Om deze bouw te kunnen betalen waren er verschillende manieren. Naast geschenken bestond er het aflaten. Door aflaten konden de burgers hun zonden afkopen. Dit deden de rooms-katholieke omdat ze dan na hun dood minder lang zouden boeten in het Vagevuur(de hel). Veel rijke burgers lieten dan ook in hun testament veel geld na aan de Sint Jan. De mensen die niet veel geld hadden, gingen meehelpen aan de bouw van de Sint Jan. Maar dit was niet de enige manier. Het gilde droeg ook hun steentje bij. Door een bepaald onderdeel van de kerk te betalen of te betalen voor hun titel. Als je leerling was, betaalde je aan het begin van je opleiding.
 
Lieve vrouwen broederschap
Op een koude januaridag in 1380 wilde een jonge arbeider in een van de loodsen een vuurtje aanleggen. Daarvoor zocht hij tussen de rommel naar iets brandbaar was en vond er een bestoft, beschimmeld houten beeld, en wist niet, dat het een Mariabeeld was, want het kindje op de linkerarm ontbrak. Waarschijnlijk was het niemand bekend, waar het vandaan kwam en, doordat het tussen de rommel lag, stelde blijkbaar ook niemand daar prijs op. De jonge man nam een bijl, om het stuk te hakken, toen de bouwmeester de loods binnentrad en hem tegenhield.

"Ongelukkige", riep hij uit, "wat ga jij beginnen! Zie jij niet, dat het een beeld is van de Moeder Gods?" Geschrokken viel de jonge arbeider op de knieën, vroeg God en Maria om vergiffenis en beloofde alles goed te maken. Op Witte donderdag (op deze dag wordt het laatste avondmaal van Jezus herdacht) bracht hij het beeld naar de Sint-Janskerk, om het een plaats te geven tussen de beelden, welke, ter versiering van het Heilig Graf (dit is het graf van Jezus) waren opgesteld. Maar de personen die het Heilig Graf gereed maakten, wezen het af. "Het is lelijk, oud," zeiden zij. Verontwaardigd antwoordde de jongeman: "Jij zelf bent oud en lelijk", en liet het staan. De volgende dag, op Goede vrijdag, de andere beelden naar hun plaats werden teruggebracht, bleef dit Mariabeeld alleen achter. Wat moesten ze ermee beginnen? Een gelovige man, broeder Wouter genaamd, ontfermde zich er over. Hij plaatste het op het St. Michaelsaltaar, een van de altaren in de Sint-Janskerk.

Een half jaar daarna vond de priester, het toch te lelijk en liet het door een knecht ergens in een hoek zetten. Dit wilde broeder Wouter niet en hij vroeg het aan de koster te schenken. Toen hij het mee naar huis wilde nemen, voelde het zo zwaar aan, dat hij het in de kerk moest achterlaten. Kort na Pinksteren 1381 werd het beeld opgeknapt. Maar de kunstenaar weigerde. Zijn zoon echter bestreek lachend de wangen van het beeld met gele verf en broeder Wouter haalde de kleuren nog wat bij. Nu werd het beeld zo lelijk, dat het in de kerk van de ene hoek naar de andere verhuisde en dat Wouter er niets meer over durfde zeggen, hij vond het zelfs zo lelijk dat hij het niet eens in zijn eigen huis wilde hebben. Want toen de koster vroeg, waarom hij het beeld niet meenam antwoordde hij: “Het is zo lelijk. Staat het bij mijn bed, dan zou ik er van schrikken.” Toch liet broeder Wouter het beeld niet los, want toen hij in het bezit kwam van een stuk oud lijnwaad, met bloemen doorweven, besloot hij daarvan voor het beeld een mantel van twee stukken te maken. Een zekere juffrouw Oda zou hem daarbij helpen. Dit duurde zo lang, dat Wouter maar besloot, om het zelf te doen. Op zekere nacht viel hem op, dat eerst het kindje terecht moest komen, dat van de linkerarm van het beeld verdwenen was. Toevallig liep hij een paar dagen daarna door de Orthenstraat en zag daar  kinderen met het kleine beeldje spelen. Hij nam het af, en zette het Jezuskindje op de linkerarm van het beeld.                                                                                                      Mariabeeld
De broederschap beschikt in de Sint-Jan over een grote Kapel, de sacramentskapel. Daar werden eigen diensten gehouden. Zang had daarin een speciale plaats. Dit komt omdat de Broederschap rond 1470 ongeveer 6 beroepszangers had. Ook leverde de Broederschap een bijdrage aan de armoedebestrijding. In de beginperiode deelde ze één keer per jaar brood uit. Al liep dit snel op tot vier keer per jaar. Er werd ook geld beschikbaar gesteld voor de armenzorgen. Nog steeds steunt de Broederschap een fonds die zich bezig houden met de hulpverlening van armen en dak- en thuislozen in de stad.
In het wapen van de Lieve Vrouwe Broederschap is een zwaan en een witte lelie te zien. De lelie staat voor schoonheid, wijsheid en reinheid en dus het symbool voor Maria. De zwaan staat symbool voor een engel, dat ieder mens leidt en begeleidt. Het beeld staat er dus voor de verering van Maria.